Beschrijving klassen 1 t/m 6

De ontwikkeling van het kind in de basisschoolleeftijd vormt het uitgangspunt van het onderwijsaanbod. Voordat we in het volgende hoofdstuk nader ingaan op de lesstof, schetsen we de ontwikkeling van het kind in vogelvlucht.

Klas 1/2 (groep 3/4)

Klas 1/2 (groep 3/4)
Als uw kind naar de eerste klas gaat, is de kleutergestalte met mollige handjes en “kleuterbuik” aan het verdwijnen. De tandenwisseling is al bezig of gaat beginnen. Een nieuwe ontwikkelingsfase breekt aan. De eersteklasser wil leren, weten en kunnen. Echter nog niet in abstracte theorieën, maar in levende beelden. Een eersteklasser leert niet alleen met zijn hoofd, maar ook met zijn hart en handen. Voor de eersteklasser is iets pas waarachtig als hij het kan beleven en doen.

Tweedeklassers maken een dynamische levensperiode door. De overstap van kleuter naar eersteklasser is afgesloten, maar de fantasie en beweeglijkheid zijn nog volop aanwezig. De tweedeklasser is zowel engel als bengel. Vol streken als de vos Reinaert, of even engelachtig als de heilige Franciscus. In de tweede klas is altijd iets te beleven!

Klas 3/4 (groep 5/6)

Klas 3/4 (groep 5/6)
De derdeklasser is harmonisch en vaak sterk groepsgericht. Wel is duidelijk te merken dat het kind een levensperiode gaat afsluiten. De derdeklasser wordt zich bewust van wat er om hem heen gebeurt en vooral hoe er wordt gereageerd. Hij ziet en erkent de verschillen tussen hem en zijn klasgenoten. Vanzelfsprekende regels kunnen derdeklassers al goed hanteren.

Dan de vierde klas! De kinderen zijn nu 9 à 10 jaar. Op deze leeftijd verdwijnt de vanzelfsprekendheid waarmee het kind alles opneemt. Meester of juf is niet langer de natuurlijke autoriteit die alles weet en kan: “Meester weet wel veel, maar heeft zo’n rare neus, belachelijk gewoon”. In de vierde klas ontstaat een breuk tussen het “ik” en “de wereld”. Het kind voelt zich teruggeworpen op zichzelf, is soms eenzaam en kan ook een sterk bewustzijn van de dood hebben. Het kind gaat twijfelen, vraagt zich bijvoorbeeld af of zijn ouders wel zijn echte ouders zijn. De vierdeklasser bekijkt zichzelf en de ander met een kritisch oog. Vanaf klas 4 wordt er huiswerk meegegeven.

Klas 5/6 (groep 7/8)

Klas 5/6 (groep 7/8)
De scheiding tussen “ik” en “de wereld” heeft ook een positieve zijde. De eigen individualiteit wordt beter beleefbaar. Eerst aarzelend en schoksgewijs, maar gestaag groeit het vermogen de wereld nauwkeurig en objectief waar te nemen. De vijfde klas is vaak de meest harmonische klas van de basisschool. Een vijfdeklasser straalt zowel fysiek als geestelijk uit in evenwicht te zijn.

De kinderen zijn ongeveer 12 jaar oud en staan aan het begin van de puberteit. Ze ruiken de vrijheid en het “ware leven”. Toch hecht een zesdeklasser nog sterk aan een volwassene die ze kunnen vertrouwen. Zijn veiligheid en zekerheid ontleent hij aan vertrouwde situaties en redelijke grenzen en regels. Het logisch redeneren en gelijk behalen wordt een interessante en spannende bezigheid. Hiermee legt de zesdeklasser de basis voor een zelfstandig oordeelsvermogen. De zesdeklassers bewegen zich tussen geborgenheid en ontdekking, begrenzing en vrijheid. Zeker in deze leeftijd moet de leerstof echte interesse opwekken. In hun zoektocht naar het wankel evenwicht, is het belangrijk dat de leerling door de leerkracht wordt gezien en begrepen.

“Wij werken met het meest kostbare materiaal op aarde: kinderen.”

De Leeuwenhartschool